Vind de lekkerste recepten!

Je kunt met onze zoekmachine snel en eenvoudig recepten vinden voor je rijsttafel.

De populairste zoektermen

Petehboon

Vertaling

Petai

Latijn

Parkia speciosa

Familie / soort

Fabaceae / peulvruchten

Kenmerken

Parkia speciosa, de latijnse naam voor de petehboom, is een boom, die wel 15 tot 30 meter hoog kan worden. De stam heeft een doorsnede van 50 tot 100 centimeter. De bladeren zijn gevederd. De boom bloeit met kleine crŤme-witte bloemen, die aan de uiteinden van de takken bloeien. De nectar van deze bloesems trekt vleermuizen aan, die daardoor de belangrijkste bestuivers zijn van de petehboom. De bloei en de vruchtvorming vindt plaats ruwweg tussen augustus en oktober en in mindere mate tussen januari en maart.

Uit de bestoven bloemen groeien lang lichtgroene peulen. In de peulen ontwikkelen zich 10 tot 18 groene bonen, die dan gepeld worden. Als de peulen nog niet uitgerijpt zijn worden ze in hun geheel gekookt of geroosterd gegeten als groente. Petehboon wordt voornamelijk in sambals en sayurs in de oosterse keuken gebruikt. In IndonesiŽ worden ze ook in de schil gepoft, gepeld en in een kommetje als voorafje of als bijgerecht geserveerd.

De petehboon is een peulvrucht die in de Indonesische keuken veel gebruikt wordt, maar ook in andere keukens in Zuidoost-AziŽ. De boon heeft een zeer sterke geur (en wordt ook wel "stinkboon" genoemd) en geeft een heel bepaald aroma aan de gerechten waarin hij wordt verwerkt. Ze zien er uit als groene, gerimpelde amandelen en hebben een knoflookachtige smaak. De bijnaam 'stinkboon' heeft de petehboon, omdat hij bij de gebruiker een slechte adem veroorzaakt. Dit is te vergelijken met het eten van knoflook. Bij veel gebruik van peteh zal ook het zweet de geur van de petehboon aannemen. Ook de urine en ontlasting gaat sterk ruiken.

De grote, platte bonen bevinden zich in lange, vaak gedraaide peulen (soms een halve meter lang) die groeien aan de boom Parkia speciosa, die tot de familie der Fabaceae behoort. De boom kan 15 tot 30 meter hoog worden en groeit van nature in de tropische regenwouden van Zuidoost-AziŽ. De boom wordt ook wel in tuinen of boomgaarden aangeplant. En dit niet alleen voor de bonen, maar ook omdat de boom een enorme takkenkruin heeft, die voor veel schaduw zorgt. Dit is erg prettig voor mens en dier, maar ook voor de schaduw minnende planten die er door de plaatselijke bevolking onder wordt geteeld.

De peulen met petehbonen worden van de bomen in het regenwoud of van die in de tuin geplukt en verkocht. Ongepelde petehbonen worden op de markten in bossen gebundeld en zo verkocht. De gepelde bonen worden in plasticzakjes gedaan en daarna verkocht. De toko's in Nederland verkopen de petehbonen meestal diepgevroren. Soms kun je ze in de oosterse supermarkt ook vers kopen.

Soorten

- Pokok petai (Parkia Speciosa)
- Pokok Petai kerayung (Parkia Javanica)
- Pokok Petai maranti ( Parkia Ingsularis)
- Pokok petai nering ( Parkia Sumatrana)

Smaak

Meestal gebruik je maar een paar petehbonen in een gerecht, meestal gespleten, eventueel in reepjes gesneden. Als smaakmaker dus, bijvoorbeeld in een wokgerecht of heel typisch: in de sayur lodeh. Maar soms zie je gerechten met juist een heleboel petehbonen, lekker als je ervan houdt. Je kunt ze rauw gebruiken, of eventjes meestoven. Petehboontjes zijn goed te bewaren in de koelkast, maar ook in de diepvries.

De onrijpe peulen worden als groente gegeten, evenals de jonge bladeren en delen van de bloesem. De halfrijpe peulen worden ook ingemaakt als acar. Vaak worden de petehbonen gecombineerd met sterke kruiden, zoals met knoflook, lomboks of rawits, ebi of trassi. Daarom worden ze veel gebruikt om sambal te maken, in de sayur lodeh, sambal goreng hati peteh of in gerechten met geitenvlees.

De bonen zelf hebben niet een uitgesproken smaak of geur, maar door ze te eten krijgt je adem wel die speciale geur. Zelfs het zweet krijgt de geur, die soms wel dagen lang kan aanhouden. Geen geschikt ingrediŽnt om te gebruiken als je een belangrijke bespreking of afspraak hebt.

Herkomst

De petehboom groeit oorspronkelijk in de oerwouden van de laaglanden in Zuidoost-AziŽ, tot op een hoogte van 1400 meter. Ook nu nog komen de bomen wijd verspreid voor. Ze worden ook in tuinen en parken geplant voor hun vruchten, maar ook voor de schaduw die hun enorme bladerdak biedt.

Teelt

De petehboom stelt geen hoge eisen aan de grondsoort waarin hij staat. Dit kan zandgrond zijn, maar ook zware leemgrond. De boom verdraagt zelfs een vrij natte bodem, zoals die in een zoetwatermoerasgebied. De temperatuur mag niet onder de 24 graden C. komen en ze verlangen een regenhoeveelheid van minimaal 1000 mm. per jaar.

De boom laat zich gemakkelijk door zaden vermeerderen. De zaden kiemen meestal al binnen 15 dagen. De inlandse bevolking verzamelt vaak de wilde zaailingen en planten die in hun tuinen. De jonge planten moeten wel tegen de hete zon worden beschermd. Het duurt dan nog vele jaren voordat de boom vruchten draagt. Een andere manier om de boom te vermeerderen is het enten. Het voordeel hiervan is, dat de kenmerken van de soort dan behouden blijven en de gestekte boom begint al na enkele jaren vruchten te dragen.

Verkrijgbaar

Petehbonen zijn in de diepvries van de oosterse toko te vinden. Ze worden in kleine plasticzakjes ingevroren. De verse petehbonen worden wel eens in de oosterse supermarkt verkocht.

Leuke weetjes

De petehboon worden vele medische werkingen toegedicht: Zo zou de peteh een gunstige uitwerking hebben op een beginnende suikerziekte. Elke dag 10 petehbonen en je hebt een goed en smakelijk medicijn. Peteh bevat drie soorten suiker: sucrose, fructose en glucose. Het eten van een paar petehbonen zou energie opleveren om 90 minuten intensieve arbeid te kunnen verrichten. Peteh bevat ijzer, dus het eten van peteh kan de productie van hemoglobine in het bloed stimuleren. Een peteh milkshake gemengd met honing helpt tegen een kater. Mensen met nierproblemen kunnen beter geen petehbonen eten. Peteh bevat veel aminozuren en bij overmatig gebruik van peteh kunnen die de nieren beschadigen.