Takokak

Vertaling

Thaise mini-aubergines

Latijn

Solanum torvum Sw.

Familie / soort

Nachtschadefamilie

Kenmerken

De takokak wordt in het Engels Turkey Berry genoemd. Deze mini aubergine wordt in alle tropische gebieden van de wereld verbouwd. Vandaar de vele verschillende benamingen, zoals: Devil's Fig, Prickly Nightshade, Shoo-shoo Bush, Wild Eggplant, Pea Eggplant, Pea Aubergine, Susumber (in Jamaica), boo, terongan, tekokak, berenjena cimarrona, berenjena de gallina, berenjena silvestre, tabacón, pendejera, tomatillo, bâtard balengène, zamorette, friega-platos, sundaikkai, Thibbatu en makhua phuang.

Het zijn de vruchten van een bossige plant, die 2 tot 3 meter hoog kan worden. De plant heeft één enkele steel, die boven de grond vrij snel vertakt. Omdat deze steel en wortelstelsel resistent is voor vele ziektes, wordt hij veel gebruikt door telers als stam voor de andere soorten aubergines. De plant groeit snel en hij heeft in het tweede jaar al zijn volle omvang bereikt. Omdat hij dan ook zijn rijkste oogst heeft bereikt, wordt hij na twee à drie jaar vervangen door een jonge plant.

Omdat het familie is van de nachtschade, dus ook van de aardappel, draagt de takokak dezelfde soort bloemen. Deze zijn wit met 5 puntige bloembladeren, die in trossen groeien. Na het bevruchten verwelken de bloemen vrij snel en ontstaan de takokak in trossen. De bessen kunnen groen (onrijp) of geel (rijp) worden geoogst. Ze zijn 1 cm. in doorsnee. Ze hebben de grootte van doperwten en bevatten veel bruine platte zaadjes. Rijpe takokak zijn lichtgeel van kleur. De bladeren zijn groot en de plant heeft op de stengel en bladnerven stekels. De bladeren worden gestoofd gegeten.

Smaak

Takokak heeft een licht bittere smaak. Ze worden veel gebruikt in Thaise curries en in roerbakgerechten. De vruchten bevatten veel pitjes, die je voor het bereiden kunt verwijderen. Dit gaat het makkelijkst door de bessen licht te kneuzen en ze dan in water te wassen en iets plat te drukken. De zaden zakken dan naar de bodem. De bessen zullen dan wat minder bitter smaken.

Herkomst

Takokak komt oorspronkelijk uit Midden- en Zuid-Amerika. Ook in het zuiden van de Verenigde Staten groeit takokak in het wild. Van daaruit zijn de planten naar Afrika en Zuid- en Zuidoost Azië verspreid.

Teelt

De plant heeft veel vocht nodig, zo'n 1000 tot 4000 mm. neerslag per jaar. In drogere gebieden groeit hij langs rivieren en beken. Ze groeien van zeeniveau tot op een hoogte van 2000 meter. De plant stelt geen grote voorwaarden aan de kwaliteit van de bodem, als hij maar voldoende vocht krijgt. Omdat de plant snel groeit, zal hij andere planten overwoekeren. Hij staat het liefst in de volle zon, maar schaduw op bepaalde momenten van de dag zal hij prima verdragen.

Omdat de plant eetbare vruchten en bladeren draagt, wordt hij in tropische gebieden door de mens aangeplant. De wortels worden als medicijn gebruikt. Omdat de onderstam en wortelstelsel resistent is voor vele ziekten wordt hij door de telers gebruikt om andere auberginesoorten op te enten.

Rijpe bessen worden gedroogd, waardoor de zaden als zaaigoed te gebruiken zijn.

Verkrijgbaar

Takokak wordt in de oosterse toko in trossen verkocht.