Vind de lekkerste recepten!

Je kunt met onze zoekmachine snel en eenvoudig recepten vinden voor je rijsttafel.

De populairste zoektermen

Krab

Vertaling

Kepiting

Latijn

Brachyura

Familie / soort

Tienpotigen

Kenmerken

Als je een krab goed bekijkt, dan valt je op dat hij geen staart heeft, dat zijn lijf omgeven wordt door een plat rug- en buikpantser, dat hij geen duidelijke kop heeft, dat zijn ogen op steeltjes staan en dat de voorste twee poten tot scharen zijn uitgegroeid. Het lijf is breder dan het lang is en de krab beweegt zich zijdelings voorwaarts. Ze kunnen zich razendsnel achterwaarts in het zand ingraven.

De maat van krabben wordt bepaald door de breedte en niet de lengte van het dier. Gemiddeld wordt een krab tussen de 5 en 15 centimeter, al zijn er ook grotere, zoals de noordzee krab, die wel 40 centimeter groot kan worden. Door de lengte van de poten lijken de krabben soms hele monsters met vervaarlijke scharen.

De meeste krabben leven in de zee, meestal langs de kustlijn, maar er zijn soorten die in de diepzee leven. Er zijn ook soorten die op land leven, vaak in vochtige bossen. Ze zijn echter wel van water afhankelijk, wat voortplanting en ademhaling betreft.

Krabben hebben net als insecten samengestelde ogen. Het oog is opgebouwd uit vele staafvormige oogjes, met ieder een eigen lens. Het aantal oogjes verschilt per soort, zo hebben wenkkrabben 30.000 oogstaafjes per oog. Zij hebben dus een uitermate sterk ontwikkeld gezichtsvermogen. De ogen staan op steeltjes, die kunnen worden ingetrokken als de krab in het zand verdwijnt. De ogen kunnen boven het zand uitsteken, wat hen de mogelijkheid geeft om de omgeving goed te bekijken, zonder zelf op te vallen.

De antennes van de krab zijn in vergelijking met andere geleedpotigen maar klein. Ze gebruiken ze om de directe omgeving af te tasten en doormiddel van ruiken hun voedsel op te sporen.

Krabben hebben net als alle kreeftachtigen kieuwen om onder water adem te kunnen halen. Zuurstofrijk water wordt langs de kieuwen gevoerd en die nemen de zuurstof op. Belangrijk is, dat de kieuwen constant vochtig blijven. Zo hebben krabben die op land leven altijd water bij zich dat door diffusie zuurstof opneemt. Belangrijk is dus, dat ze in een vochtige omgeving leven. Lange droogte zullen ze dan ook niet overleven.

De meeste krabben die op het land wonen, moeten bij de voortplanting naar de zee trekken. De vrouwtjes zetten de eitjes 's nachts in zee af en dit moet zo snel mogelijk gebeuren, omdat ze anders verdrinken in de branding. Hiertoe schudden ze het lichaam snel heen en weer waardoor de eitjes loskomen.

Het pantser bevat chitine en kalkzouten waardoor het zeer hard is en zodoende de krab beschermt. Het groeit echter niet met de krab mee, waardoor het schild op den duur te klein wordt voor de krab. Hij moet net als alle andere geleedpotigen het schild dus afwerpen en een nieuw en groter schild maken. Het afwerpen van het schild, ook wel vervellen genoemd, gebeurt in zijn geheel. Dan is de krab erg kwetsbaar, omdat het nieuwe schild nog niet volledig is uitgehard. Hij zal zich voor de vervelling terugtrekken onder een steen of in een hol.

Omdat krabben hun leven lang zullen vervellen is het mogelijk, dat ze afgevallen ledematen, autotomie, weer kunnen laten aangroeien. Ook hagedissen kunnen de staart afstoten als ze worden aangevallen. Maar bij een hagedis zal de originele staart nooit terugkeren. Mocht een krab in een gevecht meerdere poten verliezen, dan kunnen bij de volgende vervelling de nieuwe poten weer aangroeien. Omdat dit nogal wat vergt van het lichaam blijft de groei van de krab zelf wat achter.

Krabben zijn over het algemeen alleseters. Er zijn soorten die alleen plantaardig voedsel eten, terwijl de kleinere soorten plankton uit het zeewater vissen. Volwassen krabben eten zowel aas, als plantenresten, als ook andere zeedieren, zoals kreeftjes, zeesterren en wormen. De grotere krabben kunnen met hun sterke scharen schelpdieren zoals slakken, mossels en kokkels kraken.

Krabben zelf hebben natuurlijk ook vijanden zoals kabeljauw en paling en andere zeedieren, zoals schildpadden en otters. Ook vogels proberen krabben te vangen, denk daarbij aan eidereenden en meeuwen.

Krabben proberen door hun schutkleur aan hun vijanden te ontkomen. Mochten ze toch ontdekt worden, dan proberen ze zich snel in te graven, of ze gaan er vliegensvlug vandoor. Om hun camouflage te optimaliseren bekleden ze zich met zeewier, waterpokken of zelfs met complete zeeanemonen. Zelfs de grootste krab zal proberen door te vluchten aan zijn aanvaller te ontkomen. Alleen in het uiterste geval zal hij zich met zijn scharen proberen te verdedigen.

Soorten

- Japanse reuzen- of spinkrab (Macrocheira kaempferi)
- Het nagelkrabje (Thia scutellata - familie Thiidae)
- Zwenkkrab
- Noordzeekrab

Smaak

De krab krijgt door zijn pantser stevigheid. Hij is van binnen zo goed als vloeibaar, maar door hem te koken stollen de eiwitten in het krabbenvlees, zoals het wit van een ei. Het vlees is wit en aan de buitenkant roodachtig. Het meeste vlees zit in het borststuk, dat zo'n beetje de hele krab omvat. Bij grote krabben bevindt zich ook in de scharen vlees. Kleine soorten worden in z'n geheel opgediend en dan moet de gast zelf het vlees uit de schaal peuteren.

Bij de visspeciaalzaak is surimi te koop. Het wordt als staafjes verkocht. Ze zijn wit van kleur met hier en daar wat rood, om zo krabbenvlees te imiteren. Surimi wordt gemaakt van gemalen witvis, die normaal niet voor de consumptie wordt verkocht. De smaak wordt verkregen door smaakstoffen en aroma's, de kleur komt van kleurstoffen. Met krab heeft het niks te maken.

Teelt

Krabben leven over de hele wereld verspreid, zowel in arctische zeeŽn, als ook in tropische en subtropische wateren. Ze leven in de diepzee, maar ook in de kuststreken. Ze leven in mangroven, op koraalriffen, tussen de basaltblokken van een zeewering, op kiezelstranden, op rotskusten en langs kliffen maar ook op zandstranden.

Ook al leven sommige krabsoorten permanent op land, voor de voortplanting hebben ze oppervlaktewater nodig om hun eieren af te zetten. De paring vindt plaats op het moment dat het vrouwtje net is verveld. Haar schild is dan nog zacht en daardoor kan het vrouwtje de bevruchte eitjes aan haar pantser vastkleven. Het mannetje spoort een pas verveld vrouwtje op door zijn reukvermogen. Hij bewaakt het vrouwtje door zijn poten om haar heen te slaan en zo te wachten tot haar pantser is uitgehard. Zo is hij zeker dat een ander mannetje niet met haar kan paren. Het vrouwtje wordt zo in haar kwetsbaarste periode beschermd.

Vaak wordt daarna een soort van kraamkamer gezocht om de eitjes af te zetten, of het vrouwtje draagt de eitjes mee totdat het embryonale stadium is doorlopen. Zo beschermt ze haar eitjes en tegelijkertijd voert ze vers, zuurstofrijk water naar de eitjes. De larven zweven als plankton door het zeewater. Ze leven van allerlei kleine zwevende voedseldeeltjes, zoals algen. De larven veranderen langzamerhand in echte krabben met tien poten en duidelijke scharen.

Na enkele maanden, tot soms wel een jaar, afhankelijk van de soort, worden de uiteindelijke poten, scharen borst- en buikschild ontwikkeld. De kleine krab zakt naar de bodem, waar hij de rest van zijn leven zal blijven.

Verkrijgbaar

Krab is bij de visspeciaalzaak te koop. In de supermarkt is krab in blik te koop. De namaak krab, surimi, is in de viswinkel of supermarkt te koop.

Voedingswaarden van krab ( per 100 gr. )
85
354
77
17
1
-
1,4
0,4
0,3
0,7
120
-
Vitamines van krab ( per 100 gr. )
-
0,08
0,08
0,2
12
-
-
-
Mineralen van krab ( per 100 gr. )
691
110
40
180
0,8
30
0,4
3,8